Kunstmatige inseminatie

Inleiding

Er zijn verschillende redenen om over te gaan tot kunstmatige inseminatie: het sperma van dekreuen kan op deze manier wereldwijd verzonden worden, sommige teven accepteren geen dekking, agressiviteit tussen de honden, verminderen van de kans op seksueel overdraagbare ziektes, ... 

Sperma-afname

Het is het eenvoudigst om sperma af te nemen in aanwezigheid van een loopse teef. Door haar feromonen zal de reu gemakkelijker opgewonden geraken en dekken in een daarvoor bestemde kunstvagina, zodat het sperma opgevangen kan worden. Bij afwezigheid van een loopse teef, zal meer manuele stimulatie noodzakelijk zijn. 

Bij de reu bestaat het ejaculaat uit drie fracties. De eerste fractie bestaat uit prostaatvocht. Dit is een waterige substantie (0,5 - 2 ml) die niet wordt opgevangen tijdens de sperma-afname. De tweede fractie bevat het sperma en heeft een melkachtige kleur (0,5 - 5 ml). Deze zal na de microscopische controle worden ingebracht bij de teef. De derde fractie is opnieuw afkomstig van de prostaat en is ook waterig. Ook deze fractie wordt niet opgevangen voor inseminatie.

Spermacontrole

Na het opvangen van het sperma, worden de spermacellen onder de microscoop bekeken. De concentratie, de motiliteit en eventuele afwijkingen worden beoordeeld. Dit is belangrijk omdat sperma-afwijkingen vaak een oorzaak zijn van infertiliteit. 

De inseminatie

Als de spermacontrole normaal sperma aanwijst, kan het meteen ingebracht worden bij de loopse teef d.m.v. een lange, plastieken inseminatiecatheter. Hierbij wordt de catheter zo dicht mogelijk tegen de cervix (baarmoederhals) ingebracht, wat de natuurlijke plaats van dekking is. 

Drachtcontrole

Ten vroegste 21 dagen na de ovulatiedatum kan met de echo bepaald worden of de teef drachtig is. Ideaal wordt hiervoor gewacht tot ongeveer 26 à 28 dagen omdat rond dit tijdstip niet alleen de vrucht maar ook de hartactiviteit van de embryo's zichtbaar is. Het exacte aantal vruchtjes kan d.m.v. echografie niet bepaald worden, mede omdat intra-uteriene sterfte in dit vroege stadium nog vaak voorkomt.